Geschiedenis Sinds 1878 (Downes en Blunt) en 1891 (Schenk) weet men dat de ultraviolette golflengtes in het zonlicht een desinfecterende werking hebben en bijdragen aan het voorkomen van de verspreiding van infecties. Zonder dat men een verklaring had voor het bacteriedodende effect toonde de wetenschap aan dat het onzichtbare deel van het zonlicht onder de 320nm deze werking had. Er kwam vast te staan dat dit deel van het zonlicht in staat is micro-organismen zoals bacteriën, huisstofmijt, schimmels, gisten en virussen te doden.
Doordat men sinds begin 1900 in staat was dit licht kunstmatig te produceren door middel van kwikdamp ontladingslampen, werd het gebruik van UVC-licht een bekende desinfectiemethode die vandaag de dag in vele verschillende toepassingen wordt gebruikt. Voor zowel lucht-, water- als oppervlaktedesinfectie is UVC-licht een zeer goed, hygiënisch, milieuvriendelijk en economisch alternatief voor tal van andere desinfectie-methodes in diverse sectoren van de markt.
Ultraviolette straling is, net als normaal licht, een elektromagnetische straling; energie die zich voortplant door trilling van elektrische en magnetische velden. Elektromagnetische straling heeft een dualistisch karakter: enerzijds zijn het golven, anderzijds zijn het deeltjes (fotonen). De golven worden gekarakteriseerd aan de hand van de golflengte, de fotonen aan de hand van hun energie. Naarmate de golflengte korter is hebben de fotonen meer energie, en omgekeerd. De golflengte van UV-straling is korter dan die van normaal licht, maar bevat meer energie. Het volledig elektromagnetische spectrum omvat: gammastraling, röntgenstraling, ultraviolette straling, zichtbaar licht, infrarood, microgolven en radiogolven.
UV-C straling bereikt de aarde niet. Het is echter wel te produceren door o.a. kwikdampontladingslampen. Lagedruk kwikdampontladingslampen stralen ongeveer 30% van de opgenomen energie uit in het golflengte gebied van 254 nm, wat nagenoeg een maximale desinfecterende werking heeft en daarmee zeer efficiënt is. De lampen worden gemaakt van een speciaal glas dat ervoor zorgt dat de straling van 185 nm, die ook bij de kwikdampontlading ontstaat, door het glas uitgefilterd wordt waardoor ozonproductie niet meer mogelijk is. |